Categories
Reis Schrijfsels Uncategorized

IJsland: dag 5

29 december 2010, 01:11, The Capital Inn, Reykjavik

Tijd voor the golden circle. Nu we een auto hebben zijn alle toeristische plekjes net dat ietsje dichter bij, vooral omdat het doel van onze trip vandaag 120km van Reykjavik lag.

We zijn immers vandaag naar Geysir gegaan. Zoals de naam doet vermoeden is het een gebied met een aantal … geisers, waarvan “Geysir” de grootste is. (Pittig detail #1: de naam “geiser” is trouwens afkomstig van de plaats “Geysir”.) De geiser ligt in een geothermisch actief gebied in het Haukadalur – zoals hierboven vermeld een dikke honderd kilometer van Reykjavik.

Er is een bus tour (9800 ISK per persoon; ongeveer € 65,00) die de drie stops van “the golden circle”, de populairste IJslandse toeristen-route aan doet, maar wegens de prijs is het eigenlijk voordeliger zelf een auto te huren.

In die auto dan maar. Gezien het twee dagen geregend heeft is alle sneeuw verdwenen en volgens de IJslandse wegendienst zijn er geen problemen te melden. (Live overzicht van de staat van de wegen in IJsland is te vinden op http://www.vegagerdin.is/english/road-conditions-and-weather/, inclusief hoeveel auto’s er in welke straat passeren!).

Ongeveer een kwartier verdwalen in Reykjavik later bevonden we ons eindelijk op de ringweg in… de juiste richting! De weg lag er ideaal bij, geen sneeuw, geen ijs en bijzonder weinig verkeer. De IJslandse radiozenders brachten verdraagzame muziek (en héél veel IJslands gebrabbel op andere stations) en de zon steeg, achter de wolken, steeds hoger.

Zo’n anderhalf uur later kwamen we aan in Geysir. De naam laat weinig aan de verbeelding over: het is een berglandschap met twee grote geisers en een aantal kleinere geisers in. De grootste geiser, genaamd “Geysir” (bent U nog mee?) spuwt twee à drie maal per dag z’n hete water uit; de kleinere “Strokkur” gelukkig om de vier à tien minuten. Gelukkig is Strokkur best wel indrukwekkend.

Wij dus door dat landschap lopen. Overal stonden bordjes waarop duidelijk gemaakt werd dat we moesten opletten van “warm water”. Gezien het in dat IJslandse binnenland eigenlijk behoorlijk koud was, had ik toch wat moeite met niet in één van de vele warmwaterpoelen (80-100° C.) te springen, maar gelukkig hield het gezond verstand (van Heleen) mij tegen.

Ik vond het best wel indrukwekkend, dat water dat langzaam steeds hoger kwam opkolken en broebelen. Het was een beetje alsof het water aan het ademen was; een beetje hoger, een beetje lager; water uit de krater duwen, water terug in de krater laten lopen. Tot plots de nood te hoog was en het gehele goedje met een luide splash tientallen meters de hoogte in – terwijl Heleen uiteraard de andere richting uitkeek, op zoek naar meer ijs om te vermorzelen. Gelukkig was er een kleine tien minuten later nog een uitbarsting die Heleen wel zag – zei het door de lens van de camera waarmee ze een foto van mij wou trekken.

Na het hele terrein verkend te hebben zijn we verder gegaan op onze gouden cirkel-tocht. De volgende stop was de Gulfoss waterval, een dubbele waterval van in totaal 50m diep. We reden naar het bezoekerscentrum en begonnen vanaf daar (te voet) het houten pad naar de waterval te volgen. Door de toch koude temperaturen was de weg bezaait met ijs (en onschuldige ijsplasjes!) waardoor het toch een beetje een moeilijke operatie was (voor Heleen). Vooral het laatste stukje, tot het “middenste trap” van de waterval was wel erg glad; bovendien was een beetje uitglijden op de bruine basalt potentieel fataal (als het een beetje in de foute richting was).

Avontuurlijk als ik ben wou ik uiteraard het uiterste uit de kan halen en begon ik de meer toegankelijke delen van de waterval te bekennen. Heleen – een dikke twintig meter achter mij, zich vastklampend aan elk stuk touw dat ze zag – had kennelijk wat meer moeite, maar is gelukkig toch niet in de kolkende rivier gevallen.

Toen ik de acrobatische toeren eindelijk beu was (en de lens van het fototoestel zowat afgevroren was) zijn we terug naar hogere gronden getrokken om daar wat verder te verkennen. Een klein half uurtje wandelen langs de bedding van de rivier later (en het oversteken van een gevaarlijke bevroren rivier!) bevonden we ons ten midden van een puur IJslands Elfendorp. Zoals Suske in “De edele elfen” (Suske en Wiske 173) ook ontdekt zijn Elfendorpen voor de mens enkel zichtbaar doordat de huisjes van de elfen eruit zien als hoopjes stenen, keurig op elkaar gestapeld.

Respectvol hebben we ook onze eigen villa in het Elfendorp gebouwd, waarna we afscheid namen en hen dankten voor hun gastvrijheid. IJslands (bij)geloof beschrijft het bouwen van een Elfenhuis als een goede daad, waar tegenover staat dat de elfen je op je pad zullen verder helpen. (Pittig detail #2: meer dan 90% van de IJslandse bevolking willen niet ontkennen dat Elfen bestaan).

Op de terugweg hebben we (voornamelijk Heleen) nog geprobeerd de Grootste IJsplas die we vonden te vernietigen, onder andere door er grote stenen op te gooien. Toen De Plas echter niet wou plooien voor onze agressie zijn we dan toch maar in de auto gestapt en terug naar Reykjavik gereden.

Hier een foto van onze nieuwe elfenvilla:

Omdat deze dag nog niet lang genoeg was zijn we dan ook nog eens gaan zwemmen in “Laugardalslaug”, het “stedelijk zwembad” zeg maar. (360 ISK per persoon – € 2,40). Het gehele zwembad wordt verwarmd met geothermische energie (wat het water een beetje laat stinken naar zwavel) en het is voor het grootste deel openlucht. Gezien er geen chloor in het water wordt gedaan, ziet een oude man/vrouw achter glas erop toe dat iedere bezoeker zich voldoende (en vooral poedelnaakt!) wast alvorens het zwembad in te duiken. Eenmaal voorbij de strikte controles is het er echter heerlijk zwemmen onder een… tja… bewolkte hemel (met regen!). Zelfs Heleen, die in het begin helemaal geen zin had om te zwemmen (en als zeker niet om poedelnaakt in de kleedkamer en douches rond te rennen), moest op het einde toegeven dat dit toch wel een héél leuke ervaring was.

In ‘t kort: een heerlijke dag; zo mogen er nog meer komen.

En héél even dacht Heleen zelfs dat er noorderlicht te zien was; helaas bleek het de reflectie van een stad/fabriek in de wolken te zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published.